De mouterij

Mouten zonder fossiele brandstof: hoe de eest in Dinant warm wordt

In Dinant krijgt de eest nooit een vlam te zien: de warmte komt van een biomassaketel en de stroom is hernieuwbaar. Wat dat verandert voor brouwers — en wat niet.

Binnen enkele dagen gaat de eerste Belgische biogerst de trommel in bij de mouterij in Dinant. Vijf ton per partij, zowat één partij per week — dat verhaal vertelden we al eerder. Maar de vraag die bezoekers het vaakst stellen, gaat niet over het weken of het kiemen. Ze komt bijna altijd bij de eest: waarmee stoken jullie eigenlijk?

Eesten: daar kruipt de energie in

Mouten is een spel met water. Het weken voegt water toe om de korrel wakker te maken; het kiemen laat het werken; het eesten haalt het er weer uit om de mout te laten inslapen. Vers uit de kieming zit groenmout boven de 40 procent vocht. Om goed te bewaren, te schroten en te brouwen moet dat onder de 5 procent. Op een partij van vijf ton betekent dat: verschillende tonnen water verdampen, kilo per kilo, in een stroom warme lucht die ruim een dag door het graanbed blaast.

Water verdampen is de hardnekkigste factuur van het huis. Een liter water verdampen vraagt ruwweg zes keer meer energie dan diezelfde liter van 20 naar 100 graden brengen. Geen truc die daar iets aan verandert; je kiest alleen hoe je betaalt. In elke mouterij gaat het gros van de energie precies daarheen, naar de eest — ver voor de verlichting, de pompen of de trommel zelf.

Twee eeuwen vuur onder het graan

Oude eesten herinneren zich het vuur. Lange tijd was een eest een geperforeerde vloer boven een haard: hout, turf, steenkool, cokes. Trok de rook door het graan, dan proefde je dat in het glas — turfgerookte whisky's leven er nog van. Moderne mouterijen vervingen de haard door aardgasbranders, meestal indirect gestookt, met warmterecuperatie op de vochtige lucht die uit het graan komt. Echte vooruitgang — maar de bron blijft fossiel: het overgrote deel van de mout die vandaag in Europa wordt verbrouwd, is met gas gedroogd.

Met vijf ton per partij kun je de vraag anders stellen. Op kleine schaal kies je een andere warmtebron zonder een hele fabriek te hertekenen. Die keuze is in Dinant gemaakt, al bij de eerste plannen van het gebouw.

Warm water in plaats van een vlam

Bij MAD krijgt de eest nooit een vlam te zien. De warmte komt van een biomassaketel die warm water maakt. Dat water loopt door een warmtewisselaar, de wisselaar verwarmt de lucht, en die lucht trekt door het bed mout in de trommel — dezelfde trommel waarin de gerst kiemde, zodat het graan niet verplaatst hoeft te worden. De stroom die de trommel draait en de ventilatoren aandrijft, is hernieuwbaar. Van de eerste weking tot het laatste uur op de eest: geen fossiele brandstof.

Warm water legt zijn eigen temperatuurbereik op. Een gasbrander klimt snel en hoog; een warmwaterkring werkt lager en gelijkmatiger. Voor de mouten die wij maken — pils, pale ale, en donkerder basismout zoals munich en vienna — is dat precies het register dat je nodig hebt: zacht drogen, dan beheerst afeesten. Karamelmout en geroosterde mout vragen een roosttrommel en veel hogere temperaturen: die maken we niet, en dat zeggen we er eerlijk bij. Een brouwer die chocolademout zoekt voor zijn stout blijft die elders halen.

Wat je proeft in het glas — en wat niet

Eerlijk is eerlijk: de ketel proef je niet. Pilsmout gedroogd met biomassa geeft dezelfde enzymen, dezelfde kleur en hetzelfde extract als pilsmout gedroogd met gas, bij hetzelfde eestschema. Je kiest je mout op de analyse, de regelmaat en wat hij met je bier doet — niet op het energielabel. En is lokale mout voor een recept niet de juiste keuze, dan weet je dat liever vooraf dan dat iemand het mooier voorstelt.

Wat wél verandert, is de voetafdruk van de zak. Mout weegt zwaar in de voetafdruk van een bier, nog voor de brouwzaal draait: brouwgerst telen, drogen, vervoeren. Een brouwerij in Namen of Maastricht die brouwt met Belgische mout, gedroogd zonder fossiele brandstof, kort twee posten tegelijk in: de kilometers en de verbranding. Voor een biolastenboek, een openbare aanbesteding of klanten die cijfers vragen, wordt dat een argument zo concreet als een eiwitgehalte.

Dezelfde logica, toegepast op water

Een zuinige eest maakt nog geen zuinige mouterij. Weken vraagt veel water, en ook dat water heeft zijn kringloop: een deel wordt hergebruikt, de rest passeert een laguneringsbekken voor het terugkeert naar de natuur. Biomassawarmte, hernieuwbare stroom, water dat zijn ronde maakt, Belgische biogerst die van het veld komt: elk stuk apart stelt weinig voor; samen beschrijven ze een manier van mouten die jaren meekan — ook de dag dat de gasprijs weer gek doet.

De ketel staat klaar, de trommel ook. De eerste moutcampagne start in november, en daarmee komen de eerste concrete antwoorden op die bezoekersvraag. Kom je ooit langs Dinant, loop dan binnen om de eest van dichtbij te zien: het team van de mouterij praat graag over warmte, brouwgerst en eestschema's, tijdens een bezoek of via mad.be.

← Alle artikels